Ontwerp: Wild ontwerp Techniek: Wim Wijnen
 
  Flipje & Streekmuseum - Plein 48 - 4001 LJ - Tiel
0344-614416 - E-mail: info@museumtiel.nl
Openingstijden: Dinsdag t/m vrijdag: 13.30 - 17.00 uur
Zaterdag en zondag: 13.30 - 16.30 uur
Het museum is gesloten op 1e en 2e Kerstdag, 31 december,
1 januari, 1e Paas- en Pinksterdag.
Entree: volwassenen: 4,50 euro - Kinderen : 1,50 euro
Museumkaart : gratis



Home

 

Verhalen uit de collectie

 

Een schenking uit Duitsland

Soms komen schilderijen die in Tiel zijn ontstaan in het buitenland terecht. Begin september j.l. kwam er een spoedmail uit Duitsland bij het museum binnen.
Deze was geschreven namens de familie Zelle die een collectie schilderijen van Henk van Mourik aan het Tielse museum wilde schenken.
Maar dan moesten we ze wel voor het einde van de maand afhalen in de buurt van Hamburg.
De exacte plaats bleek Uelzen te zijn, inderdaad circa 50 KM zuidoostelijk van Hamburg en rond de 500 KM van Tiel.
Op 28 september reden Tineke in ik via de snelle Autobahn naar Duitsland.
Uelzen is een prachtige oude stad met fraaie grotere gebouwen, gezellige restaurants en karakteristieke vakwerkhuizen met religieuze opschriften.
De volgende dag bezochten we de familie Zelle. De arts dr. Herman Zelle is via zijn moeder geparenteerd aan de Tielse familie Stout.
De bekendste van hen was Gijsbert Stout, die opgroeide in het Tielse weeshuis en op Zandwijk landbouwmachines vervaardigde en een machinefabriek stichtte.
Daar is het Fabriekslaantje naar genoemd. Johanna Berendina Stout (1894-1976) was een zuster van de moeder van dr. Zelle, een tante dus.
Via haar loopt de verbinding met de Tielse leraar en kunstschilder Hendrik Cornelis van Mourik (1877-1944). Ze was met hem getrouwd.
Het paar woonde aan de Prinses Beatrixlaan op nummer 26, het huis waarin later illustratrice Lies Veenhoven haar intrek nam.
Kort na zijn studie voor onderwijzer aanvaardde Henk van Mourik in 1898 een betrekking als onderwijzer te Renkum.
Hier aan de rand van de Veluwe waren meer kunstenaars neergestreken. Hij ontmoette er schilders als Xeno Munninghoff, Van Ingen en de bekendste van het stel, Theophille de Bock.
Zij lieten zich inspireren door de uitgestrekte heidevlaktes en bossen met indrukwekkende boompartijen.
In 1902 kwam Van Mourik op een school in Dordrecht terecht. In die stad zocht hij contact met de impressionistische kunstkring.
Zo zou men ook het karakter van zijn werk kunnen typeren, als laat-impressionistisch, spelend met het licht dat in de wisselende momenten gevangen wordt.
De inspiratie voor zijn landschappen zocht hij vaak in de omgeving van Tiel, zijn geboortestad waar hij uiteindelijk als onderwijzer was teruggekeerd.
Vaak trok hij de natuur in om te gaan schilderen of schetsen, in zijn goede pak, want hij was gesteld op netheid.
Naast landschappen beheerste Van Mourik andere genres.
Zijn stillevens van bloemen, koperen potten en uien getuigen van een raak getroffen stofuitdrukking, maar worden soms wel eens een herhaling, een maniertje.
Tenslotte zijn er de portretten, sommige van bekende streekgenoten als de schrijvende en dichtende onderwijzer uit Kerk Avezaath Gert Jan Peters, andere van volkse mensen uit de streek. ‘In Geldermalsen een mooie oude kerel in het vizier genomen’, schreef Van Mourik in 1925. In de collectie van ons museum is een aantal van die karakterportretten te vinden, zoals van Pietje en Aaltje van Mil uit Ophemert, een uitzonderlijke tweeling die in 1922 haar 95ste verjaardag vierde.
De schilderijen die uit Duitsland naar Tiel kwamen tellen twee stillevens met uien, kan en tinnen schaal; twee stillevens met bloemen; tussen de drie landschappen is er één die de poort van Buren voorstelt, misschien we dezelfde die in 1938 bij de gebroeders Koch in Den Haag voor zeventig gulden te koop was; verder een fraaie, karaktervolle kop van een boer.
Onder de aanwinsten is ook een portret van Johanna Berendina Stout.
Van Mourik schilderde zijn vrouw in pastel, dat het een liefdevolle, zachte uitstraling geeft.
Aan de muur hingen tenslotte twee aquarellen van Lies Veenhoven.
Hoewel het in eerste instantie niet de bedoeling was deze weg te geven, maakte de familie een groots gebaar en konden we ze inpakken.
Het betreft twee gezichten op de Waterpoort.
De aanwinsten zijn waardevol voor de collectie van het Tielse museum.
Van Mourik liet zich niet meeslepen in de maalstroom van vernieuwingen in abstracte en magisch-realistische richtingen, maar hield vast aan een herkenbare, laat-impressionistische stijl. Een tijdgenoot typeerde zijn kunstwerken eens als volgt: ‘Men staat tegenover zijn schilderijen als tegenover oude, goede bekenden, men voelt zich thuis temidden van zijn werk'.

Peter Schipper